Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

Anna van Rijnkanaal | 22 september 2017

Scroll naar boven

Top

Geen reacties

Nederlangst

Nederlangst

Het zal u niet zijn ontgaan dat het vwo-examen Nederlands dit jaar wat aan de lange kant was. Het heeft immers op elke website en in elke krant gestaan. Meer dan de helft van de examen-makende vwo-leerlingen heeft zich na afloop van het debacle op het wereldwijde web gestort om daar via klaagmuur LAKS de onvrede over de toets te uiten. Een record.

Met een klein leger van 28.000 klagers kwam de klas van 2017 als allerbeste mopperaars over de finish. Voorgaande jaren, waaronder de grootste concurrent uit 2016, hebben we achter ons gelaten. Hoe heeft deze situatie zich zo kunnen doen ontvouwen? Sowieso waren er bepaalde aspecten die de toets erg vaag maakten. Verschillende teksten met elkaar vergelijken, was een van deze nieuwe aspecten. Dit was bij niemand bekend en is dus ook door niemand geoefend. Ook onbekend was de term ‘hellend vlak’, wat als een mogelijk antwoord werd gegeven bij een van de meerkeuzevragen van de toets. Overigens, het geringe aantal meerkeuzevragen deed mij eerlijk gezegd een traantje wegpinken, omdat dit vaak makkelijker te scoren punten zijn en ze schelen in beantwoordingstijd vergeleken met open vragen. Dat de toets vaag was, betekent echter niet dat er ook een reden is om te klagen dat de teksten te moeilijk waren, want dat waren ze niet. Auteur Van Saarloos verdient het dus niet dat er nu een berg paardenstront uit de kruiwagen genaamd Social Media, over haar heen wordt gekieperd. Haar tekst was gewoon te begrijpen.

Wel een probleem was de lengte van de toets. Er wordt bij vwo-leerlingen diepgang vereist. Deze verdieping in de tekst kost tijd. Het op de juiste manier en binnen het woordenlimiet beantwoorden van de vragen ook. Het blijkt desalniettemin dat CITO, de eindverantwoordelijke voor de examens, dit volledig aan de laars lapt door ons in een tijd van drie uur met vier rijkelijk lange teksten, een tekstfragment, 28 open vragen, en elf meerkeuzevragen op te zadelen.

Nu zou CITO deze waslijst aan klachten die LAKS hen voorlegt meteen serieus kunnen nemen en rekening kunnen houden met de beoordeling. Wat CITO echter ontegenzeggelijk eerst gaat doen, is de toetsen inspecteren om erachter te komen hoeveel vragen aan het einde van de toets onbeantwoord zijn gebleven. Dit zou volgens hen aangeven in welke mate de toets daadwerkelijk te lang was. Een kritisch lezer zal echter kunnen merken dat deze redenering geen hout snijdt. Want wanneer een leerling erachter komt dat hij of zij tijd tekort gaat komen, omdat hij of zij niet op schema ligt, dan gaat een leerling vluchtiger en onzorgvuldiger te werk.

Bij mij was het op de helft van de toets. Toen ik de eerste twee teksten verslonden had, keek ik naar het klokje aan het einde van de gymzaal. De grote wijzer had al met enige haast twee rondes gedraaid en het kleine wijzertje had op zijn beurt gehoorzaam twee cijfertjes gepasseerd. Twee van de drie uren waren al verstreken en slechts de helft van mijn toets was ingevuld. Op zo’n ontdekking volgt een hoger werktempo. Je wil niet je toets niet afhebben. Bepaalde alinea’s werden overgeslagen, antwoorden werden niet nagelezen en nagekeken en ik werd bovendien erg zenuwachtig. De laatste vijf minuten voor het eind van de toets resteerden nog vier vragen, waarvan twee meerkeuze. Ik, en met mij vele andere leerlingen, gokte de meerkeuzvragen. Wat wij niet wisten, was dat we op dat moment, door willekeurig en met goede hoop een letter te kiezen, wij onszelf in de vingers sneden. CITO concludeert hieruit namelijk dat wij de toets wel afhadden. Dit is een enorme misvatting.

Misschien beschikt CITO niet over het benodigde borsthaar om zich te vermannen en zichzelf recht in de spiegel aan te kijken om vervolgens in te zien dat ze een reeks met fouten achter zich hebben hangen waar alleen zijzelf verantwoordelijk voor zijn. Graag werpt CITO het eigen falen in de schoot van die zo arme hardwerkende middelbare scholieren. ‘Bah CITO, bah’, durf ik met enig sarcasme te zeggen. Tegelijkertijd, naast mijn ingetogen ontstemming, hoop ik erg dat CITO enige compassie toont. Ik val nederig op mijn knieën om – met bevelende stem en opgeheven vinger – een hoge normeringsterm te verzoeken. Het zou toch niet zo zijn dat er bijna dertigduizend leugenaars in die examenklassen zitten? Ach, beste CITO, wees toch mild.

Jeff van Pommeren

 

Geef uw mening