Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

Anna van Rijnkanaal | 20 september 2018

Scroll naar boven

Top

Geen reacties

Bijbaantjesdebat geen peulenschil

Bijbaantjesdebat geen peulenschil

Wat hebben Bill Clinton, Oprah Winfrey, Tony Blair, Ted Turner en Brad Pitt gemeen? Ze waren allemaal lid van een debatvereniging toen ze studeerden. Debatteren is voor talloze succesvolle mensen belangrijk geweest om beter te kunnen communiceren.

Onze school houdt zich daarom ook veel bezig met debatteren, zoals met MEP en het debatteam. Eva en Denise, twee leerlingen uit 6V, gingen de strijd aan met niemand minder dan de ervaren debater meneer Peulen, leraar maatschappijwetenschappen. Zij debatteerden over een onderwerp dat erg leeft op onze school en waar meningen zeer over verschillen. De stelling luidde: ‘Het hebben van een baantje naast school vergroot de kans van een leerling om te slagen in het leven’. Eva en Denise waren voor, meneer Peulen tegen.

Eva ging vurig van start, met sterke argumenten. Volgens haar is het belangrijk dat leerlingen verantwoordelijkheid kunnen nemen, onder andere op financieel gebied. Leerlingen moeten niet volledig afhankelijk zijn van wat ouders hun geven en moeten zo vroeg mogelijk hun eigen boontjes kunnen doppen. Wanneer je die verantwoordelijkheid op jonge leeftijd leert nemen, heb je er later, als je op eigen benen staat, alleen maar profijt van. Denise voegde hieraan toe dat je ook heel veel vaardigheden leert op het werk, die je niet leert op school. Denise is caissière en heeft zo veel geleerd over communicatie met klanten, werkgever en werknemers. Zij weet hoe je moet handelen in gevaarlijke situaties en heeft ook geleerd hoe ze met geld om moet gaan. Wat zij in de praktijk leert op het werk kan ook handig zijn voor haar studie later.

Meneer Peulen probeerde de andere partij ervan te overtuigen dat niet alle leerlingen het zich kunnen permitteren om naast school nog te werken. Zij moeten meer tijd steken in school omdat zij het examen of het leerjaar anders niet halen. Meneer Peulen gaf een lichte knik met het hoofd in mijn richting, iets wat ik als objectieve voorzitter natuurlijk niet interpreteerde als een stille hint. Meneer Peulen vervolgde zijn argument met een voorbeeld. Eén van zijn leerlingen heeft namelijk ooit twee jaar langer over school gedaan omdat hij te weinig tijd in school stak door zijn bijbaantje.

Eva bracht daar tegenin dat je ook kan slagen in het leven zonder school, door bijvoorbeeld door te groeien bij het bedrijf waar je nu als parttimer werkt. Ook voegde zij eraan toe dat wanneer je 18 wordt er veel kosten  bijkomen. Denise vulde haar aan: ,,Zorgverzekering, ov betalen, telefoonabonnement, zakgeld weg en ga zo maar door! Je hebt niet genoeg aan de tegemoetkomingen die je krijgt van de overheid.’’

Meneer Peulen stond op en argumenteerde dat het meeste geld van een bijbaantje gaat naar luxegoederen en dat leerlingen tegenwoordig meer bezig zijn met werken en shoppen dan dat zij aandacht geven aan het nieuws en wat er in de wereld gebeurt. Het geld gaat naar make-up of bijvoorbeeld een nieuwe telefoon, in plaats van naar een goed boek. ,,Leerlingen kunnen hun vrije tijd beter besteden aan lekker sporten of musea bezoeken.’’

Eva ontkrachtte  dit argument door te stellen dat niet iedereen van sporten houdt en dat in deze tijd leerlingen echt niet meer naar de boekhandel gaat. ,,Vraag aan een leerling waar in Utrecht een boekhandel zit en ik kan je garanderen dat de meesten het niet weten.’’ Ook zei ze dat het onredelijk was om te verwachten dat leerlingen in hun vrije tijd alleen maar cultuur gaan snuiven.

Denise kwam met een nieuw argument: zij stelde dat werk ook ontspannend is en dat het haar zelfvertrouwen geeft. Eva versterkte dit door te vermelden dat ook zij veel energie krijgt van haar baan. ,,Je krijgt positieve feedback wanneer je goed presteert op werk en dit geeft je zelfvertrouwen een boost.’’

Meneer Peulen sloot het debat af en zei dat leerlingen door te kiezen voor een baantje op korte termijn denken en niet op lange termijn. Een diploma is namelijk cruciaal om later een goede baan te krijgen. ,,Als je écht geld nodig hebt, kan je ook bijles geven op school, zo sla je twee vliegen in één klap.’’ Hij vervolgde zijn argumenten met moeilijke begrippen als ‘stimuleren van het academisch milieu’, waar ik geen kaas van heb gegeten.

Al met al was het een geslaagd debat met goede argumenten van beide kanten. Meneer Peulen wist zich goed staande te houden tegen de twee dappere dames. Denise en Eva vormden een sterk team die elkaar goed aanvulden en de strijd ging erg gelijk op. Een kanttekening is wel dat ‘slagen in het leven’ voor beide partijen een andere betekenis had, waardoor het debat af en toe iets stroever verliep.

Nu is de vraag: wat vind jij? Vind jij dat een baantje naast school de kans om te slagen in het leven vergroot? Of leidt een baantje juist af van belangrijker zaken? Heeft dit debat jouw mening bevestigd of ben je juist van mening veranderd? Laat een reactie achter of vul de poll (in de rechterkolom) in!

Manon van Duin

 

Geef uw mening